
De Zomertortel (Streptopelia turtur) is zo’n vogel die je bijna mist als je niet oplet. Klein, slank, met dat zachte tortelgeluid dat meer fluistert dan roept. Toch is het een soort met een bijzonder verhaal — en een paar leuke weetjes die je niet meteen zou verwachten.
De zomertortel is een echte lange‑afstandsvlieger. Hij overwintert in de Sahel, onder de rand van de Sahara, en vliegt in het voorjaar duizenden kilometers naar Europa. Dat maakt hem een van de weinige duivensoorten in onze regio die echt trekt. Zijn naam is dus letterlijk bedoeld: hij komt met de zomer.
Wat veel mensen niet weten: de zomertortel is de kleinste van alle Europese duiven. En misschien ook wel de meest kleurrijke. Die warme oranjebruine veren op de rug, de blauwgrijze kop en de zwart‑witte halsstrepen geven hem een bijna tropische uitstraling. In het zonlicht lijkt hij zelfs een beetje te glanzen.
Helaas gaat het al jaren slecht met de soort. Door intensieve landbouw, verlies van struikrijke leefgebieden en jacht in sommige landen is de populatie sterk afgenomen. Juist daarom is het bijzonder dat je hem in Nederland nog kunt tegenkomen — soms zelfs in dierentuinen waar veel aandacht is voor natuurbehoud, zoals Diergaarde Blijdorp.
Een paar weken geleden zag ik er eentje daar, rustig foeragerend tussen het groen. Zo’n moment blijft hangen: een vogel die ooit heel gewoon was, maar nu bijna zeldzaam voelt. Misschien maakt dat hem juist zo mooi.